Processtappen en tijdlijn plan-m.e.r.

Het Rijk (het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) stelt een plan-m.e.r. op ter onderbouwing van nieuwe landelijke milieuregels, die opgenomen zullen worden in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s), zoals het Activiteitenbesluit.

Dit vraagt een uitgebreid proces, waaronder een participatie- en inspraaktraject. Dit participatie- en inspraaktraject is gestart op 23 december 2021. Toen is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de plan-m.e.r. voor de milieunormering ter inzage gelegd. Daarop konden tot 16 februari 2022 zienswijzen worden ingediend. Het is de bedoeling dat het m.e.r.-traject najaar 2022 is afgerond. Samenhangend hiermee worden nieuwe milieuregels opgesteld. Deze zullen ook openbaar worden gemaakt. Er is dan ook inspraak mogelijk via de internetconsultatie. Berichtgeving hierover volgt later. De nieuwe regels moeten verder, net als alle wetten en regelgeving, langs de Tweede Kamer en de Raad van State. Naar verwachting kunnen eind 2023 de nieuwe landelijke milieuregels in werking treden.

Hier vind je uitgebreidere informatie over dit landelijke traject, inclusief een meer gedetailleerde planning en informatie over het participatie- en inspraaktraject.

Afstandsnormen windturbines

In het coalitieakkoord van 15 december 2021 is een passage over afstandsnormen opgenomen in relatie tot de  bouw van windmolens op land.  In de kamerbrief van 21 april 2022 heeft de minister voor Klimaat en Energie het onderzoek naar de effecten van verschillende afstandsnormen en de voor- en nadelen van een afstandsnorm als instrument voor de inpassing van windturbines aangeboden aan de Kamer.  

Bij het onderzoek is onder andere gekeken naar de manier waarop andere landen milieubescherming bij wind op land hebben geregeld. Ook is gekeken welke geluidsbelasting en slagschaduwniveaus er bij verschillende afstanden verwacht kunnen worden. Tot slot is onderzocht wat de voor- en nadelen van het hanteren van een afstandsnorm zijn.

Een van de conclusies van het onderzoek is dat een specifieke afstand niet leidt tot een eenduidige waarde voor de geluidsbelasting en voor het slagschaduwniveau. Dat komt omdat er bij zowel geluid als slagschaduw meer meespeelt dan alleen de afstand, zoals het type turbine, opstelling en windklimaat en bodemtype. De minister trekt daarom de conclusie dat het op basis van dit onderzoek voor de hand ligt om een eventuele afstandsnorm te combineren met normen voor geluid en slagschaduw.  

De minister heeft op 9 februari 2022 bij de beantwoording van Kamervragen over uitspraken van de Raad van State over windparken al aangegeven dat de mogelijkheid van het instellen van een afstandsnorm wordt meegenomen in het m.e.r.-proces voor de nieuwe landelijke milieuregels voor windparken.

Totdat de nieuwe landelijke milieunormen er zijn kunnen provincies en gemeenten hun eigen lokale milieunormen stellen voor windparken.

Uitgangspunten voor nieuwe windturbines (motie Leijten – Erkens)

Bij de uitspraak van de Raad van State van 30 juni 2021 zijn de algemene milieuregels voor windturbineparken buiten toepassing verklaard in navolging van een uitspraak van het EU-Hof in de zaak Nevele. Hierna is het Actieprogramma Verankering milieubescherming na Nevele gestart waarin onder meer gewerkt wordt aan het opstellen van nieuwe algemene milieuregels voor windturbines. Deze regels zijn naar verwachting in de tweede helft van 2023 gereed. In de tussentijd is het aan gemeenten en provincies om op basis van een locatie-specifieke beoordeling te komen tot milieubescherming bij windturbineparken. Vanuit de zorg dat dit leidt tot grote verschillen tussen regio’s, is de motie Leijten-Erkens aangenomen in de Tweede Kamer. De motie Leijten-Erkens verzoekt de regering om met gemeenten, provincies en RES-regio’s afspraken te maken over de te hanteren uitgangspunten voor de plaatsing van nieuwe windturbineparken.

Om uitvoering te geven aan deze motie gaan de ministeries van IenW en EZK in gesprek met IPO, VNG en de RES-regio’s over (algemene) uitgangspunten voor de besluitvorming over nieuwe windparken. We verwachten medio 2022 de uitkomsten van dit gesprek, inclusief de opgedane inzichten. In de kamerbrief van 21 april 2022 geeft de minister van Klimaat en Energie aan dat de eerste afspraken inmiddels gemaakt zijn om te komen tot een goede uitvoering van de motie en dat hij voor de zomer de kamer hierover nader zal informeren.

Bij het benoemen van uitgangspunten kan geen voorschot worden genomen op de nieuwe milieunormen, waarvoor nu een plan-m.e.r.-proces loopt. Dat zou namelijk in strijd zijn met het Europese recht waar de uitspraak van de Raad van State van 30 juni 2021 op is gebaseerd.

Bij de uitwerking van uitgangspunten kan gebruik worden gemaakt van de praktijkervaringen en voorbeelden die besproken zijn tijdens de landelijke sessies die vanuit de Helpdesk Wind op Land worden georganiseerd voor provincies en gemeenten. We zien dat provincies en gemeenten gebruik maken van de besproken voorbeelden. 

Naast deze opgebouwde kennis en ervaring via de Helpdesk Wind op Land kunnen we ons bij het toewerken naar uitgangspunten baseren op algemene wetten die van toepassing zijn en op de resultaten van de beschikbare wetenschappelijke onderzoeken. Ook de stand van de techniek, de uitgangspunten voor een goede ruimtelijke ordening en de toedeling van functies hierbij zijn belangrijke elementen.

Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.


Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.