Lden betekent een jaargemiddeld geluidsniveau gebaseerd op de gemiddelden per dag, avond en nacht. ‘s Avonds (19-23 uur) geldt er een ‘straffactor’ van +5 dB en ‘s nachts (23-7 uur) van +10 dB. Er is gekozen voor deze weging om recht te doen aan de omstandigheden. ’s Avonds en ’s nachts zijn mensen vaker in rust, is het omgevingsgeluid minder, maar waait het vaak harder. Daarom wegen de avond- en de nachtperiode zwaarder mee dan de dagperiode. Lnight is het jaargemiddelde geluidsniveau van de nacht. Deze Lden en Lnight worden uitgedrukt in decibel (dB).
Voor de meeste windparken die al draaien of die nu worden gebouwd geldt een norm van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. De Lnight is strenger om slaapverstoring te voorkomen. Deze twee normen gaan over de maximale hoeveelheid geluid die gemiddeld over een jaar buiten op de gevel van 'geluidsgevoelige objecten' mag worden gemeten. Geluidsgevoelige objecten zijn bijvoorbeeld woningen, scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven.
Er wordt landelijk gewerkt aan nieuwe geluidsnormen, die waarschijnlijk strenger zullen zijn (standaardwaarde 45 db Lden en 39 dB Lnight). Dat is conform het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor geluid door windturbines.
Nee, voor bestaande windparken en voor windparken waar de vergunning al is verleend maar die nog in ontwikkeling zijn, blijven de normen gelden die golden tijdens het verlenen van de vergunning. Dat is meestal 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Voor een aantal bestaande windparken of windparken in ontwikkeling gelden al strengere geluidsnormen, die zijn dan door de lokale overheid vastgesteld.
Als een windpark aan het einde van de levensduur is en de turbines worden vervangen, dan gelden voor de eventuele nieuwe turbines de normen van dat moment.
Grotere windturbines met meer vermogen maken niet noodzakelijkerwijs meer geluid. Er zijn kleinere windturbines met minder vermogen die juist meer geluid maken dan grotere windturbines met groter vermogen. De geluidproductie wordt vooral bepaald door het type windturbine. Dankzij betere techniek en aerodynamische wieken klinken moderne turbines vaak doffer en minder scherp.
(Bron: Factsheet gezondheidseffecten windturbinegeluid - juli 2026 (RIVM)
Een norm voor een maximaal geluid is alleen zinvol voor piekgeluiden, zoals het storten van staal in een container of een ontploffing. Windturbines produceren echter geen plotselinge of scherpe geluiden, het geluid is vrij constant. Om omwonenden van windturbines (en ook van andere geluidsbronnen die geen pieken voortbrengen) het best te beschermen, is gekozen voor de methode van jaargemiddelden, met extra eisen (‘straffactor’) voor avond en nacht. Het verschil tussen het jaargemiddelde geluidsniveau en het maximale geluid dat een windturbine (technisch gezien) kan maken is enkele decibellen. Dit verschil is voor verreweg de meeste mensen maar net hoorbaar.
De ontwikkelaar is wettelijk verplicht om voorafgaand aan de bouw van windturbines aan te tonen dat woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen niet worden blootgesteld aan meer geluid dan toegestaan in de huidige normen. Handhaving van de wettelijke geluidsnormen gebeurt in 3 stappen:
1. Het bevoegd gezag (meestal de gemeente of provincie) kan de emissieterm (LE) opvragen. Dat is het jaargemiddelde geluidsvermogen bij de bron van de windturbine. De eigenaar van de windturbine is verplicht de LE gedurende het afgelopen kalenderjaar te registreren. Ieder kalenderjaar moet voldaan worden aan de geluidsnormen. Door de rotatiesnelheid van de bladen te verminderen (‘noise mode’), kan de geluidsproductie worden gereduceerd.
2. Het bevoegd gezag kan een controlemeting laten uitvoeren waarbij de daadwerkelijke geluidemissie wordt bepaald bij verschillende windsnelheden. Als blijkt dat deze gemeten of berekende emissie (LE) afwijkt van de waarden die zijn gebruikt in het prognoseonderzoek, is er wellicht een mankement aan de turbine. Wanneer bijvoorbeeld de turbinebladen een kleine beschadiging hebben kan het geluidniveau al snel enkele dB’s hoger liggen. Ook kan er een verkeerde software-instelling (toerental en/of bladhoek) zijn.
3. Na herstel volgt een nieuwe meting.
(Bron: RVO)
In de praktijk controleert de omgevingsdienst ook gedurende het jaar als daar aanleiding toe is (bijvoorbeeld op basis van klachten van omwonenden) of op basis van beleid voor structurele metingen (bijvoorbeeld elke maand).
Bewoners kunnen geluidsoverlast altijd melden bij de gemeente. Ook bieden verschillende windparken omwonenden de mogelijkheid overlast te melden, bijvoorbeeld via een telefoonnummer, app of formulier op de website. Voorbeelden zijn: