Vraag & antwoord

Hier vind je per thema veel gestelde vragen en antwoorden.

Heb je een andere vraag? Stel hem dan gerust via het contactformulier. We zorgen dat je vraag beantwoord wordt. We werken daarbij samen met een team van experts vanuit de Ministeries van Economische Zaken en Klimaat en van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkdienst voor Ondernemend Nederland, Nationaal Programma RES, Interprovinciaal Overleg en Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Vragen die specifiek gaan over de landelijke m.e.r.-procedure of de landelijke algemene milieuregels worden beantwoord door InfoMil, het landelijke kenniscentrum voor wet- en regelgeving binnen het omgevingsdomein.

Zie ook de veel gestelde vragen op de site van InfoMil.

Het Nevele-arrest is een uitspraak van het Europese Hof van Justitie in een zaak over een Vlaams windpark. Die uitspraak is gevolgd door de Raad van State en heeft gevolgen voor windparken in Nederland. In Nederland hanteerden we landelijk vastgestelde milieuregels voor windparken. Net als bij het Nevele-arrest, oordeelde de Raad van State in juni 2021 dat die landelijk vastgestelde algemene milieuregels niet geldend zijn. Er had een uitgebreid milieuonderzoek (plan-m.e.r.) moeten plaatsvinden voor deze landelijke regels. Dat is niet gebeurd. Zolang die milieubeoordeling niet is gemaakt, mogen overheden voor windparken geen besluiten nemen op basis van die landelijke milieuregels uit het Activiteitenbesluit. Provincies en gemeenten kunnen wel eigen milieunormen toepassen. Die regels moeten dan wel zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de lokale situatie toegesneden motivering.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) werkt nu aan een plan-m.e.r. Voor nu wordt ervan uitgegaan dat het verrichten van de benodigde onderzoeken, het bieden van inspraak, het inwinnen van advies en het wetgevingstraject, 1,5 tot 2 jaar zal kosten. Naar verwachting zal dit traject eind 2023 zijn afgerond. Omdat het hier gaat om landelijke regels, is dit een uitgebreide procedure inclusief inspraak en betrokkenheid van het parlement. Dat leidt tot deze inschatting van een periode van 1,5 tot 2 jaar.

Dat hangt af van de uitkomsten van het onderzoek / plan-m.e.r. De uitspraak van de Raad van State houdt in dat bij de vaststelling van de algemene regels niet de juiste procedure is gevolgd. Er had een plan-milieueffectrapport (plan-MER) moeten worden gemaakt om de milieugevolgen van deze normen in beeld te krijgen, voordat de algemene milieuregels destijds in werking zouden treden. Dat gaat nu alsnog gebeuren. De Raad van State zegt niet dat de normen strenger moeten worden. De milieunormen kunnen dus als gevolg van de milieubeoordeling (plan-m.e.r.) wijzigen, maar dat hoeft niet.

De plan-m.e.r.  gaat over het in beeld brengen van de milieugevolgen zodat deze kunnen worden meegenomen in de besluitvorming. In het plan-milieueffectrapport worden de milieugevolgen van de activiteit (in dit geval het windturbinepark) en de reële alternatieven hiervoor systematisch, transparant en objectief in beeld gebracht. Ook worden daarin maatregelen beschreven om negatieve gevolgen op het milieu te voorkomen of te beperken. Het is dus niet alleen een juridisch vraagstuk, maar het geeft ook inzicht in het beschermingsniveau dat je wilt bieden met het stellen van algemene milieuregels. Het is dus zeker ook een politiek-bestuurlijk vraagstuk, waarbij het bevoegd gezag (gemeente of provincie) een zorgvuldige afweging maakt op basis van de plan-m.e.r. Ook in de toekomst kan een gemeente of provincie tijdens die afweging besluiten af te wijken van de landelijk vastgestelde normen, als daar maar een gedegen motivering onder ligt.  

Als uitvoering van een motie uit de Tweede Kamer is er onderzoek gedaan naar de normen in een aantal andere landen, waaronder de in verschillende landen gehanteerde afstandsnormen en de eventuele relatie met gezondheidseffecten.  In de kamerbrief van 21 april 2022 heeft de minister voor Klimaat en Energie het onderzoek naar de effecten van verschillende afstandsnormen en de voor- en nadelen van een afstandsnorm als instrument voor de inpassing van windturbines aangeboden aan de Kamer. De uitkomsten van dit onderzoek worden meegenomen in het landelijke plan-m.e.r.-proces.

Het RIVM doet onderzoek naar de risico’s uit de leefomgeving voor mens en milieu, waaronder windmolens. Daarbij wordt gekeken naar hinder- en gezondheidsrisico’s. In het verlengde daarvan onderzoekt het RIVM ook de manier waarop mensen risico’s vanuit hun leefomgeving waarnemen en de relatie met bijvoorbeeld leefstijl of gedachtengoed. Specifiek doet het RIVM onderzoek naar laagfrequent geluid.  Het onderzoek van het RIVM en de resultaten daarvan worden meegenomen in de landelijke milieubeoordeling (plan-m.e.r.).

Nee, er kunnen nog steeds nieuwe windparken worden vergund. Dat blijkt ook uit de uitspraak van de Raad van State. Provincies of gemeenten moeten voor nieuwe windturbineparken een eigen afweging maken over welk milieubeschermingsniveau zij aanvaardbaar achten. Die normen moeten dan zijn toegesneden op de locatie van het windpark. Lees meer.

Ja, vergunningen waar niet meer tegen in bezwaar of beroep kan worden gegaan, blijven gewoon geldig. De uitspraak van de Raad van State geeft geen juridische grondslag om onherroepelijk verleende vergunningen in te trekken. Sinds 1 juli vervangt een overbruggingsregeling voor bestaande windmolens de niet meer geldende landelijke milieuregels. Deze overbruggingsregeling heeft dezelfde milieubescherming als de niet meer geldende milieuregels. Lees meer

Ja, bestaande windturbineparken mogen blijven draaien. Verleende omgevingsvergunningen blijven geldig en hoeven niet te worden ingetrokken. Daar is geen juridische grondslag voor. Wel kunnen provincies of gemeenten daar zo nodig aanvullend voorschriften aan verbinden om een aanvaardbaar milieubeschermingsniveau te waarborgen.

Nee, de uitspraak geldt alleen voor windparken met drie of meer windturbines. Voor één of twee losstaande windmolens kunnen nog steeds de algemene milieunormen uit het Activiteitenbesluit toegepast worden. Deze vallen namelijk niet onder de m.e.r.-regeling.

Een bestaand windpark dat wordt uitgebreid met 1 of 2 turbines is een uitbreiding van het windpark en valt dus onder de m.e.r.-regelgeving. Er kan niet worden aangesloten bij de landelijke milieunormen van het Activiteitenbesluit. Sinds 1 juli vervangt een overbruggingsregeling voor bestaande windmolens de niet meer geldende landelijke milieuregels. Deze overbruggingsregeling heeft dezelfde milieubescherming als de niet meer geldende milieuregels. Lees meer

Provincies en gemeenten kunnen bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen (voor afwijken bestemmingsplan) tijdens de procedure wijzigen of aanvullen. Zij kunnen dus een eigen afweging maken over welke milieubeschermingsniveau zij aanvaardbaar achten. Die normen moeten dan zijn toegesneden op de locatie van het windpark. Lees meer of bekijk de praktijkvoorbeelden van eigen normeringen.

Ja, de uitspraak heeft geen directe gevolgen voor de zoekgebieden wind. De zoekgebieden waar nog geen nadere invulling naar locatie heeft plaatsgevonden en waar dus ook nog geen op het Activiteitenbesluit gebaseerde milieuregels voor zijn opgenomen, kunnen gewoon verder onderzocht worden. Om vertragingen in de zoektocht naar geschikte locaties te voorkomen, raden wij aan die zoektocht gewoon voort te zetten. Dan is er ook ruimte om bijvoorbeeld inwoners uitgebreid te betrekken. Tegen de tijd dat er voor eventuele locaties milieuregels nodig zijn, kan de provincie of gemeente besluiten om voor deze locaties eigen lokale milieunormen toe te passen. Als de landelijke plan-m.e.r. is uitgevoerd en nieuwe milieuregels zijn vastgesteld, kan er ook voor gekozen worden om de nieuwe landelijk vastgestelde milieuregels toe te passen.

De Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Binnenlandse Zaken analyseren op dit moment de mogelijke effecten voor algemene regels voor andere activiteiten.

Nee, dat hoeft niet. Volgens de Raad van State is de totstandkoming van de rijksregels voor windturbineparken niet goed gegaan. Voor de vergunningen zelf is veelal een eigen milieueffectrapport (MER) gemaakt. Er is geen juridische grondslag om deze onherroepelijke vergunningen in te trekken. Sinds 1 juli vervangt een overbruggingsregeling voor bestaande windmolens de niet meer geldende landelijke milieuregels. Deze overbruggingsregeling heeft dezelfde milieubescherming als de niet meer geldende milieuregels. Lees meer

 

Ja dat mag. Het mocht al in het bestemmingsplan en mag nu ook in de omgevingsvergunning milieu of maatwerkvoorschriften voor windparken, omdat de regels uit het Activiteitenbesluit niet meer mogen worden toegepast. Die normen moeten dan wel zijn toegesneden op de locatie van het windpark. Lees meer.

Daarmee wordt bedoeld dat het bevoegd gezag (provincie of gemeente) ) zelf moet beoordelen en motiveren wat men voor het betreffende windpark - en gelet op de omgeving - een aanvaardbaar hinderniveau vindt. En wel op basis van eigen onderzoek, bijvoorbeeld naar geluidhinder, en gericht op de specifieke locatie zelf. Lees meer.

Op dit moment is daar nog geen uitspraak over van de rechter. Er zijn wel voorbeelden van zelf opgestelde normen door gemeenten. Ook is er een aantal voorbeelden van zelf opgestelde normen door gemeenten waarvan de rechter heeft gezegd dat ze voldoen. Lees meer.

In het milieueffectrapport worden de milieugevolgen van het initiatief of de activiteit en reële alternatieven hiervoor systematisch, transparant en objectief in beeld gebracht. Ook worden daarin maatregelen beschreven om negatieve gevolgen op het milieu te voorkomen of te beperken. Het is dus niet zo dat in een MER normen worden vastgesteld. Dat is niet de bedoeling van een m.e.r.-procedure. Met een m.e.r. wordt onderzoek gedaan naar verschillende mogelijkheden en scenario’s van normen en de milieueffecten daarvan op de leefomgeving. Deze opties staan in het MER met een toelichting en onderlinge afweging op verschillende aspecten. Het bevoegd gezag gebruikt het MER om de afweging te maken en tot een besluit te komen.

Dat hangt af van het besluit. Voor een bestemmingplan dat voorziet in een windpark moet je een plan-m.e.r. maken, voor een omgevingsvergunning milieu een (project)m.e.r. De zelf gekozen normen kunnen daarin aan de orde komen.

Ja, er is al door een aantal decentrale overheden gewerkt aan eigen normeringen. Wij delen deze eigen normeringen zoveel mogelijk via de Praktijkvoorbeelden op deze helpdesk. Tijdens de kenniswerkgroepen bespreken we een aantal van deze cases om van elkaar te leren en ervaringen uit te wisselen.

Als er geen (plan-)m.e.r. verplicht is, kun je volgens dezelfde systematiek die je zou hanteren in een m.e.r.-procedure de effecten van een bandbreedte aan mogelijke normen onderzoeken en volgens bepaalde criteria met elkaar vergelijken. Dit kan een basis vormen voor de afweging naar gewenste normen door het bevoegd gezag.

Ja, er zijn voorbeelden van zelf opgestelde milieunormen door gemeenten, waarvan de rechter (Raad van State) heeft gezegd dat ze voldoen. Lees meer.

De minister voor Klimaat en Energie heeft aangegeven dat de resultaten van het onderzoek naar afstandsnormen mee gaan in de m.e.r.-procedure voor de nieuwe landelijke milieunormen voor windparken. Daarbij worden afstandsnormen in samenhang bezien met geluidsnormen en de andere te onderzoeken milieu-aspecten. Totdat die nieuwe, landelijke milieunormen er zijn, kunnen provincies en gemeenten eigen, lokale milieunormen stellen voor windparken.

Nee, er kunnen nog steeds eigen, lokale milieunormen opgesteld worden. De motie Leijten-Erkens is door de Tweede Kamer aangenomen vanuit de zorg dat een locatie-specifieke beoordeling om te komen tot milieubescherming bij windturbineparken door gemeenten en provincies leidt tot grote verschillen tussen regio's. De motie Leijten-Erkens verzoekt de regering om met gemeenten, provincies en RES-regio’s afspraken te maken over de te hanteren uitgangspunten voor de plaatsing van nieuwe windturbineparken. Het Rijk voert momenteel gesprekken met  IPO, VNG en de RES-regio’s over de mogelijkheden voor die (algemene) uitgangspunten voor de besluitvorming over nieuwe windparken. De resultaten worden later in 2022 duidelijk. Bij het benoemen van uitgangspunten kan geen voorschot worden genomen op de nieuwe milieunormen, waarvoor nu een plan-m.e.r.-proces loopt. Dat zou namelijk in strijd zijn met het Europese recht waar de uitspraak van de Raad van State van 30 juni 2021 op is gebaseerd. De eigen, lokale milieunormen blijven daarom het uitgangspunt totdat de nieuwe landelijke milieunormen in werking treden. 

Provinciale regels die de algemene rijksregels vervangen lijken geen oplossing te bieden, omdat voor die provinciale milieuregels ook een plan-m.e.r. uitgevoerd dient te worden.  

Dat is een beleidsmatige en lokale afweging, gebruik makend van objectieve gegevens en wetenschappelijke informatie over bijvoorbeeld dosis-effectrelaties. Dat kan het lokale bevoegde gezag vervolgens afwegen ten opzichte van andere lokale belangen. Het gaat er met name om dat aan de te stellen lokale normen zorgvuldig onderzoek ten grondslag ligt en dat de normstelling wordt gemotiveerd.

Het Rijk heeft het actieprogramma ‘Verankering milieubescherming na Nevele’ opgezet. Binnen dit actieprogramma wordt gewerkt aan de milieubeoordeling (plan-m.e.r.) voor landelijke milieunormen en worden provincies en gemeenten ondersteund bij de gevolgen die zij ondervinden door de uitspraak van de Raad van State. Binnen dit actieprogramma is een team samengesteld  van juristen en beleidsmedewerkers van de ministeries van IenW, BZK, EZK en specialisten van InfoMil/IPLO, van RWS en NP RES en RVO. In dit traject ondersteunen wij met het beschikbaar stellen van capaciteit en kennisdeling. Zo is het mogelijk om kortstondig gebruik te maken van experts of sprekers.

Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.


Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.