Ja, windturbines kunnen woonwijken voorzien van lokaal opgewekte stroom. Ook veel bedrijventerreinen staan te springen om elektriciteit, die opgewekt zou kunnen worden met een of meer windturbines in de buurt. Uiteraard gelden voor nieuwe windturbines dan wel de milieunormen, waaronder in de toekomst waarschijnlijk een afstandsnorm.
Ons elektriciteitsverbruik groeit snel door elektrische auto’s, warmtepompen en de verduurzaming van de industrie. Hoewel de meeste windturbines op zee komen, is er ook wind op land nodig. De ruimte op zee is beperkt vanwege andere functies, zoals defensie, visserij en natuur. En windenergie op zee vraagt veel transportcapaciteit (hoogspanningsmasten) over land, dit is complex en kostbaar.
Windmolens op land zorgen ervoor dat vraag en aanbod van elektriciteit dichter bij elkaar komen, wat kosten en ruimte bespaart doordat er minder netuitbreidingen en hoogspanningsmasten nodig zijn. Bovendien helpt dit om problemen in het elektriciteitsnet te verminderen. Een mix van wind en zon is belangrijk omdat ze op verschillende momenten energie leveren, wat zorgt voor een stabielere energievoorziening.
Waarom ook wind op land nodig is, is ook te lezen in dit weblog van het ministerie van EZK
Het Nationaal Plan Energiesysteem gaat uit van een CO2-vrij elektriciteitssysteem in 2035. Daarvoor is het nodig in te zetten op alle energiebronnen die momenteel beschikbaar zijn. Het kabinet onderzoekt, voor de periode daarna, onder andere de bouw van twee nieuwe kerncentrales en kijkt ook naar kleine modulaire reactoren (SMR's). Het bouwen van kerncentrales kost veel tijd en geld. De twee extra nieuwe grote centrales en de kleine modulaire reactoren zijn pas na 2035, namelijk rond 2040 mogelijk:
- “De Tweede Kamer heeft het kabinet gevraagd om ook een plan te maken voor de mogelijke bouw van 2 extra kerncentrales. Deze extra centrales zouden vanaf 2040 energie kunnen leveren.” Lees hier verder
- De eventuele realisatie van kleine modulaire reactoren (SMR’s) lijkt in Nederland tegen 2040 mogelijk.” Lees hier verder
Waterstof is geen directe energiebron, maar moet eerst worden gemaakt. Het is een gas dat ontstaat door water te splitsen in waterstof en zuurstof met behulp van elektriciteit (elektrolyse). Dit proces kost veel elektriciteit, bijvoorbeeld elektriciteit die opgewekt is door windmolens. Het is vaak efficiënter om die energie direct als elektriciteit te gebruiken in plaats van om te zetten naar waterstof. Daarnaast is het maken, opslaan en vervoeren van waterstof nog erg duur. De waterstof die wordt geproduceerd zal vooral gebruikt worden in de zware industrie en transport omdat die lastiger zijn te elektrificeren. Voor huishoudens zal waterstof voorlopig niet op grote schaal worden ingezet.
Het Planbureau voor de Leefomgeving analyseert elk jaar hoe ver de regio’s zijn met het halen van het gezamenlijke doel. PBL gaf eind 2025 aan dat 35 TWh opwek in 2030 nog niet gerealiseerd is, maar waarschijnlijk gehaald wordt in 2030. Alleen als veel windprojecten vertraging oplopen én meer dan 60% van de zon-pv-projecten met een al verstrekte subsidiebeschikking niet doorgaan, raakt het doel buiten beeld. Bij de inschatting van het doelbereik is rekening gehouden met de voortgangsrapportages van de regio’s, waarbij 11 regio’s expliciet hebben aangegeven hun bijdrage aan het doel in 2030 niet te zullen halen. Deze regio’s wijzen naar congestie op het elektriciteitsnet, vertraging in de vergunningverlening en regelgeving en het gebrek aan geschikte locaties als belangrijkste hindernissen. Desondanks verlagen de regio’s hun ambities niet, maar houden ze gezamenlijk vast aan een verdere ontwikkeling richting 55 terawattuur decentrale hernieuwbare elektriciteit in de jaren na 2030.
De geraamde productie hernieuwbare elektriciteit binnen de RES bedraagt in 2030 42 terawattuur (bandbreedte 38-46 terawattuur). Als alleen naar de al bestaande installaties en de projectenvoorraad (pijplijn) wordt gekeken, komen we uit op 34,5 – 36,9 terawattuur. Hoewel het pad naar 2030 waarschijnlijk voorbij de 35 terawattuur leidt, zijn er nog tal van uitdagingen.
Meer lezen: monitor RES 2025),
Het Nationaal Plan Energiesysteem is de nationale toekomstvisie voor het energiesysteem in 2050. Volgens het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) is het essentieel om ook na 2030 alle duurzame energiebronnen te benutten, waaronder wind op land. Want voor woningbouw, bedrijvigheid en vervoer is méér duurzame energie nodig. Daarom is de 35 TWh in 2030 geen einddoel maar moeten we ook daarna kijken of en hoe wind en zon op land kan bijdragen aan de doelen uit het NPE.
Bekijk ook de video Hoe staat het met de Regionale Energiestrategie?